Waarom  fokken?

Later als ik groot ben, wilde ik een zwart-witte border collie, zoals Tim in de boeken van ”de vijf”. Maar toen ik eindelijk de ruimte en tijd had, waren er al snel 3 kinderen die ons gezin verrijkten. Ik wilde geen enkel risico nemen met de combinatie jonge kinderen en een hond.
Toen de jongste 7 was, wilde ik nog steeds graag een hond. Frank heeft vroeger altijd een hond gehad, en voor hem hoefde het niet persé, maar hij is gek op dieren en vond het wel leuk. Ik ging mij verdiepen in de verschillende rassen. Ik wilde graag een vrolijke, energieke hond, niet te groot maar ook zeker niet te klein. En ook een met weinig vachtverzorging. Veel gezinnen kiezen een labrador. Maar dat ras, vooral zijn 
grootte, maar ook zijn onhandigheid (lomp), trok ons niet zo aan. De bordercollie bleek wel een pittig ras te zijn, niet aan te raden voor beginners.  Kon ik dat wel aan?

Veel rassen vielen af omdat ze te groot en/of te zwaar waren, te veel vachtwerk hadden, of steeds een trimmer nodig hadden. Of ik vond ze gewoon niet mooi. De border collie bleef in mijn achterhoofd spoken. Toen ik ontdekte dat  ze in veel meer kleuren gefokt werden dan zwart-wit, was ik helemaal verliefd. Vooral die met de vlekken, de merlekleur, Wow! Gezien de kans op ziekten, en het pittige karakter van een bordercollie, besloot ik te kiezen voor een Australische herder, net wat relaxter. Na mij goed ingelezen te hebben, ontdekte ik dat ze toch wel flink zwaarder zijn dan een bordercollie, en ook een veel dikkere vacht hebben en ze met de zelfde ziektes te kampen hebben. Dan maar een leuke kruising zoeken. Zo vond ik kruisingen met een labrador, herder of friese stabij, maar dat vond ik niet mooi. Uiteindelijk vond ik een nestaankondiging van een bordercollie, gekruisd met een australische herder. Dat klonk mooi. Het baasje via marktplaats benaderd, en ik mocht voor een teefje op haar lijst, voorkeur Merle. Toen begon het wachten. Een week na de uitgerekende datum van 30 juli, nog steeds niets gehoord. Na herhaaldelijke berichtjes, kreeg ik uiteindelijk alleen een foto van 8 pups. Op mijn vragen of er voor ons ook een teefje bij zat, kwam geen antwoord. We zaten net in een rottijd, eerst overgrootmoeder én overgrootvader overleden, en daarna de beide opa’s ernstig ziek geworden. Afgelopen week de begrafenis gehad van een van de opa's.  Even onze zinnen verzetten, en erop uit met ons gezin, naar de camping in Limburg. Tegenover ons hadden mensen een golden retriever, enorm lief beest dat heel goed luisterde. Ze kon allerlei trucjes, zo'n hond wilden de kinderen ook. Toen we weer thuis kwamen nog steeds geen antwoord over de pups dus ik ging verder zoeken. Al snel kom je dan op Marktplaats terecht maar het viel niet mee. De meeste pups waren te bezichtigen zonder moeder (wilde ik niet) opgegroeid in een schuur (zeker niet)  of veel te jong (echt niet!). Uiteindelijk na weken zoeken vond ik een fokker die op al mijn vragen een goed antwoord had. Ze had een kruising Border collie met Australische herder, 8 weken oud. Ik ben er heen gereden en helaas zaten ze inmiddels niet meer in de huiskamer maar in een schuur, als speelgoed lag er allen een knuffel en een bal, wel waren ze netjes ontwormt, ingeënt en ontvlooit en hadden ze een paspoort. Ik was niet tevreden maar zittend in het zaagsel kroop de pup met de blauwe ogen op schoot en blééf zitten wat ik ook deed. Als ik stopte met aaien legde ze haar poot op mijn hand om door te gaan. Zo ging ik toch met de prachtige pup naar huis en noemden we haar Kaylin. Later ontdekten we dat ze door een broodfok dierenarts gechipt was en aan epilepsie leed. Ik heb natuurlijk direct contact opgenomen met de fokker maar kwam alleen een lauwe reactie, "o daar zijn goede pillen voor".Toen we Kay al een week hadden werd ik opeens gebeld door de eerste fokker, wilden wij nou nog een teefje, nou nee! Later bleek de reu die ze gebruikt had drager van MDR1 en was haar eigen teef niet eens getest.

Kay heeft ons het in het begin behoorlijk moeilijk gemaakt, liep veel weg, en had hele erge baknijd. Ze heeft hier in huis enorm veel dingen gesloopt. Eigenlijk alles wat voor haar bereikbaar was móest kapot: knuffels, telefoons, schoenen, kleding, koorden van spullen, handgrepen van tassen, alle ballen waar ze bij kon komen (arme buurjongetjes), en ga zo maar door.  Bij de puppy cursus hadden ze er een hard hoofd in of mijn droom “lekker los in het bos, uit zou komen. Ik zou haar waarschijnlijk altijd aan de lijn moeten houden. Hoewel fokken met Kay wel eens door mijn hoofd spookte, vond ik haar karakter echt niet geschikt. Ik heb haar daarom, na de eerste loopsheid, direct laten helpen, misschien zou  ze dan rustiger worden. Ik heb mij erover verbaasd, dat geen van de pups die ik inmiddels ken, zo destructief waren als Kay. Zou het er mee te maken hebben gehad, dat ze in de nestperiode toch niet goed gesocialiseerd is, en weinig speelgoed om zich heen heeft gehad? Uiteindelijk was kay best leuk opgedroogd, ze luisterde heel goed en liep veel los. Wat ik als eigenwijs zag, als ze een omweg onzin vond zat ze al bij de fiets te wachten tot we weer naar huis gingen, had w.s. met haar pijnlijke heupen te maken Ze bleek vanaf 1 1/2 jaar epilepsie te hebben, waarvoor ze tot haar dood anti-epileptica moest gebruiken. (Jan 2021 is Kay overleden)
In 2015 hadden we ook een Mainecoon-poes gekocht, waar we heel graag een nestje mee wilden, en dan een jonkie houden. Tijdens het wandelen in januari 2016 met Kay, ontmoette ik Moniek met haar zwarte labrador Flora. Onze honden waren even oud, en we bleken elkaar nog vaag van de puppycursus van Kay en Flora te kennen. Moniek vond Flora zo’n fijne hond, dat ze met het idee rondliep om met haar teefje te gaan fokken maar zag het alleen niet zitten. Ze wilde graag een zwart teefje zelf houden. We raakten aan de praat over fokken, en ik vertelde dat ik met mijn poes een nestje ging doen, en net begonnen was met de testen. Zo ontstond er een vriendschap, zij hielp mij eerst met het nestje van onze poes, en zo ging ik haar weer  helpen met het eerste nest van Flora. We hadden allebei het gevoel dat niet alle fokkers serieus met hun vak bezig zijn. Met zorg een geteste reu uitzoeken, uitvoerig testen met onze teef, goede voeding, socialiseren en zindelijk maken. We willen goed contact met de toekomstige kopers, en ook als de pups zijn uitgevlogen, contact houden. Ook het contact tussen de pupkopers vonden we belangrijk. Wij wilden het proberen op alle fronten goed te doen. We kozen voor het eerste nest een zwarte reu, die net als Flora geel draagt. 25 % van de pups zou dan geel worden. Moniek 
wilde graag een zwart teefje houden maar uiteindelijk werden er 5 reuen geboren, en maar 1 teefje, en dat was een gele. Zo kwam Ivy bij onze roedel in maart 2017.  Zo bijzonder om pups van kleine biggetjes uit te zien groeien tot echte mini-hondjes. Ik merkte dat het bij mij ook begon te kriebelen. Wat zou het leuk zijn om zelf met mijn hond te kunnen gaan fokken....

Ik heb vervolgens verschillende fokkers benaderd.

Omdat Kay epilepsie had wilde ik er alles aan doen om een gezonde pup te vinden, en ook één zonder de medicijnziekte MDR1, die veel voorkomt bij bordercollies en een beetje op epilepsie lijkt maar dan door medicijnen. Een lange zoektocht begon. Uiteindelijk vond ik een Bordercolliefokker die goed socialiseerde, en mét stamboom fokte. Dat was Borderline bordercollies,  wel helemaal in Zeeland.